CNC verspaning rond
Cursusdoel
Het eigen maken van het programmeren en bedienen van een CNC (Computerized Numerical Control)-draaimachine met een FANUC 21i besturing. In praktijk en theorie. In het praktijkgedeelte maakt u werkstukken. Hierbij leert u het bedienen van de machines, het instellen van de gereedschappen en het inlezen van programma's. De theorie is bedoeld als ondersteuning van de praktijk. U krijgt de basiskennis van het programmeren van een CNC-draaimachine en het werken hiermee, alsmede van assenstelsels.
Cursusonderwerpen
- In- en uitwendig langs- en dwarsdraaien met gebruikmaking van alle ter beschikking staande besturingsfuncties.
- Groeven steken en boren.
- In- en uitwendige fasen en afrondingen draaien.
- Linkse en rechtse rondingen draaien door middel van circulaire interpolatie.
- In- en uitwendig conisch draaien.
- Draaien van groeven met fasen en afrondingen.
- Geometrische elementen in- en uitwendig draaien.
- Langs- en dwarsdraaien tussen de centers.
- In- en uitwendig (meergangig) draadsnijden.
- In- en uitwendig conisch draadsnijden.
- Draaien met gebruikmaking van onderprogramma's.
Praktijk
- De essentiële gegevens in de tekening onderscheiden.
- De opspanschets uitwerken.
- De bewerkingsvolgorde uitwerken.
- De gereedschappen instellen voor enkelvoudige gereedschapwisselaar en automatische turrets voor minimaal 12 gereedschappen.
- Het CNC-programma schrijven.
- Het uitgangsmateriaal en de voorbewerkte afmetingen controleren.
- Het materiaal spannen.
- De machine instellen en het programma inlezen.
- Een testrun/grafische weergave maken.
- Practicum/praktijkopdracht uitvoeren.
- Het eerste product controleren.
- De vervolgproducten produceren.
- Onderstaande handelingen uitvoeren volgens gestelde kwaliteitseisen.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. lineaire interpolatie.
- Groeven steken m.b.v. lineaire interpolatie.
- Boren, inwendig draaien en draaien van fasen en rondingen m.b.v. lineaire interpolatie en diepgatcyclus.
- Rechtse en linkse rondingen draaien m.b.v. lineaire en circulaire interpolatie, automatische axiale en radiale snedeopdeling.
- Langs-, dwars-, in- en uitwendig draaien m.b.v. lineaire interpolatie.
- In- en uitwendig conisch draaien m.b.v. lineaire interpolatie.
- Gereedschapcorrecties bepalen.
- Zachte klauwen uitdraaien.
- Gereedschapcorrecties ingeven.
- Werkstuknulpunt vastleggen.
- Meetsnede uitvoeren.
- Maattolerantie ³ 0,1 mm.
- Oppervlakteruwheid ³ 1,6 µm.
Incrementele en absolute maatvoering.
Onderstaande handelingen uitvoeren volgens gestelde kwaliteitseisen. - Langs- en dwarsdraaien m.b.v. snede-opdeling, radiuscompensatie, groeven steken en nabewerken.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. axiale en radiale snede-opdeling, radiuscompensatie, groeven steken en nabewerken, sprong- n herhaalfuncties.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. snede-opdeling, radiuscompensatie, groeven steken en nabewerken, fase en ronding.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. axiale en radiale snede-opdeling, radiuscompensatie, groeven steken en nabewerken, fase, onding en nulpuntverschuiving.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. axiale en radiale snede-opdeling, radiuscompensatie, twee- of driepuntsgeometrie met fase of ronding.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. axiale en radiale snede-opdeling, radiuscompensatie, driepuntsgeometrie, tangerende cirkel.
- Onderstaande handelingen uitvoeren volgens gestelde kwaliteitseisen.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. snede-opdeling, nadraaien contour en afwerking gedefinieerde contour, gebruik van radiuscompensatie.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. snede- opdeling, nadraaien contour, nadraaien gedefinieerde contour en groeven steken uit volmateriaal met nabewerken, gebruik van radiuscompensatie.
- Langs- en dwarsdraaien tussen de centers m.b.v. snede-opdeling, nadraaien en het draaien van groeven volgens DIN 509 en DIN 79, draadsnijden, gebruik van radiuscompensatie.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. snede- opdeling, nadraaien contour, nadraaien gedefinieerd contour, draadvrijsteek (draaduitloop), draadsnijden inwendig en meergangige uitwendige draad, gebruik van radiuscompensatie.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. snede-opdeling, nadraaien contour, nadraaien gedefinieerd contour, conische uitwendige draad snijden, diepgatboren, inwendig draaien en draadsnijden inwendig conisch, gebruik van radiuscompensatie.
- Langs- en dwarsdraaien m.b.v. snede-opdeling, nadraaien contour, nadraaien gedefinieerd contour, centeren, boren, tappen en ruimen.
- Gebruik maken van opspangereedschap, zoals zachte klauwen, vierklauwplaat en stelplaat.
- Maattolerantie ³ 0,01 mm
- Oppervlakteruwheid ³ 0,8 µm
- Maattolerantie ³ 0,01 mm
- Oppervlakteruwheid ³ 0,8 µm
Theorie
- Een opdracht de werkvoorbereiding opstellen.
- Een CNC-programma opstellen.
- Het programma simuleren m.b.v. simulatiesoftware.
- Een programma aan de computer corrigeren/optimaliseren.
- De benodigde gereedschappen kenschetsen.
- Verschillende programmeermethoden omschrijven o.a. het extern handprogrammeren in de machinecode of het extern programmeren m.b.v. een extern programmeersysteem.
- Programmeren aan de machine m.b.v. menu's of in dialoog met de besturing.
- De functies en procedures benodigd voor het programmeren uiteenzetten.
- De geschikte werkvolgorde en -methoden uiteenzetten.
- Spangereedschappen kenschetsen.
- De mogelijke bewegingen omschrijven.
- De technologische gegevens verklaren.
- De benamingen voor assen en hun bewegingsrichtingen omschrijven.
- De vrijheidsgraden van het werkstuk uiteenzetten.
- Het opleggen, aanleggen, positioneren uiteenzetten voor:
- Rechthoekig werkstuk.
- Cilindervormig werkstuk.
- Bolvormig werkstuk.
- De 3-2-1 regel voor het positioneren uitwerken.
- De opspanprincipes uiteenzetten.
- De factoren die van invloed zijn bij de keuze van het spanmiddel uiteenzetten.
- De informatie op de tekening voor de spanmethode in relatie tot bewerkingsinvloeden en wrijvingsweerstand onderscheiden.
- De verschillende soorten meetsystemen verklaren m.b.t.:
-De meetplaats.
-De meetmethode.
-Het soort meetsignaal.
-De uitvoeringsvormen. - Factoren verklaren, die de nauwkeurigheid van een product beïnvloeden, zoals:
-Oorzaken van fouten,
-Maakonzekerheid,
-Bewerkingsonzekerheid,
-Positioneeronzekerheid. - Het doel en toepassing van informatie en informatie-overdracht omschrijven.
- Het doel en toepassing van informatiedragers respectievelijk apparatuur verklaren, zoals:
-Ponsband,
-Magneetband,
-Magnetische schijven,
-Printer,
-Beeldschermen,
-Plotter,
-Machine-geheugen. - De afkortingen op beeldscherm en bedieningspaneel Beschrijven, m.b.t.:
-Betekenis symbolen,
-Het bedienen van een CNC-machine,
-Bedieningsstructuur. - Verklaren wanneer onderprogramma's moeten worden toegepast.
- De bediening van verschillende typen besturingen omschrijven en vergelijken.
- Verklaren wanneer parameterprogrammering moet worden toegepast, a.d.h.v. voorbeelden.
- Opspanmethoden omschrijven.
- De archivering van werkstukinformatie omschrijven m.b.t.:
-Programmering,
-Opspanmethode,
-Gereedschapskeuze,
-Bewerkingsmethode,
-Meet/controlemethode. - De taken van programmeur en CNC- vakman kenschetsen.
- CNC-begrippen omschrijven.
- De organisatie bij het vervaardigen van CNC-programma's omschrijven, m.b.t:
-De werkplaatsorganisatie bij CNC-fabricage,
-De selectie van werkstukken voor CNC-fabricage,
-De gereedschapsorganisatie bij CNC-fabricage,
-De spanmiddelenorganisatie bij CNC-fabricage,
-De personeelsaspecten bij CNC-fabricage. - Engelse woorden, afkortingen en begrippen uit de CNC-vaktaal begrijpen.
Vooropleiding
Kennis van en ervaring met het lezen van tekeningen, snij- en verspanende gereedschappen, verspanende materialen, snijcondities en de toepassing hiervan. De cursus `CNC-draaien niveau 1' van het ROC is gewenst.
Aantal deelnemers
Maximaal 10 personen per groep.
Cursusduur
Ongeveer 40 dagdelen van 3 lesuren. In totaal duurt de cursus 120 uur, waarvan 90 uur praktijk en 30 uur theorie.
Afsluiting
U kunt meedoen aan eindtoetsen voor praktijk en theorie.
Bij de praktijktoets maakt u zelfstandig een produkt aan de hand van een werktekening. Hierbij werkt u binnen een bepaalde tijd en volgens de gestelde kwaliteitseisen en voorschriften. De theorietoets bestaat uit het schrijven van een NC-programma.
Bij voldoende resultaat voor beide toetsen ontvangt u het certificaat 'CNC verspanen rond (ISO) niveau 2' Kenteq of het ROC.
Subsidie mogelijkheden
Er zijn verschillende mogelijkheden om gebruik te kunnen maken van subsidie of fiscale voordelen.
- Let op! Over werknemers die onder de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) vallen is een speciale brochure verkrijgbaar bij de informatielijn leerlingwezen: (079) 323 46 84.
Naast het telefoonnummer heeft de belastingdienst ook een internet-site waar deze informatie te vinden is Belastingdienst leerlingwezen Bij deze BBL cursus is het mogelijk gebruik te maken van de fiscale afdracht. Voor meer informatie zie Afdrachtsvermindering voor bedrijven
Voor de bedrijven die aangesloten zijn bij de kleinmetaal (OOM) kunnen daar een subsidie aanvragen.
Voor meer informatie kunt u terecht op internet-site van de OOM of telefoonnummer 0172521500



