CNC praktijk

Cursusdoel

Het eigen maken van het programmeren en het bedienen van een CNC (Computerized Numerical Control)-freesmachine. In praktijk en theorie. In het praktijkgedeelte maakt u werkstukken. Hierbij leert u het bedienen van de machine, het instellen van de gereedschappen en het inlezen van programma's. De theorie is bedoeld als ondersteuning van de praktijk.
U krijgt de basiskennis van het programmeren van een CNC-freesmachine (Heidenhain 426 besturing) en het werken hiermee, alsmede van assenstelsels.

Cursusonderwerpen

  • Contourfrezen met gebruikmaking van alle ter beschikking staande besturingsfuncties bewerken met absolute en incrementele maatvoering.
  • Rechthoekige kamers frezen.
  • Sleufgat frezen
  • Gatenpatronen bewerken
  • Bewerken met gebruikmaking van onderprogramma's of programmadeel-herhaling
  • Bewerken met gebruikmaking van spiegelen
  • Meerzijdig omtrekfrezen en ronde kamer frezen met verdraaiing van het coördinatenstelsel
  • Graveren van tekst al of niet met schaalfactor

Praktijk

  • De essentiële gegevens in de tekening onderscheiden.
  • De opspanschets uitwerken.
  • De bewerkingsvolgorde uitwerken.
  • De gereedschappen instellen voor handmatige wisseling en voor een automatische wisselaar voor minimaal 12 gereedschappen.
  • Het CNC-programma schrijven.
  • Het uitgangsmateriaal en voorbewerkte afmetingen controleren.
  • Het materiaal spannen.
  • De machine instellen en het programma inlezen.
  • Een testrun/grafische weergave maken.
  • Practicum/praktijkopdracht uitvoeren.
  • De vervolgproducten produceren.
  • Onderstaande handelingen uitvoeren volgens gestelde kwaliteitseisen.
  • Omtrekfrezen.
  • Gaten bewerken met absolute maatvoering.
  • Gaten bewerken met incrementele maatvoering.
  • echthoekige kamers frezen.
  • Sleufgaten frezen.
  • Gatenpatronen bewerken.
  • Onderstaande handelingen uitvoeren volgens gestelde kwaliteitseisen.
  • Omtrekfrezen m.b.v. cirkelinterpolatie, lineaire interpolatie en radiuscorrectie.
  • Omtrekfrezen m.b.v. cirkelinterpolatie, lineaire interpolatie, radiuscorrectie en tangentiale in- en uitloop.
  • Omtrekfrezen m.b.v. cirkelinterpolatie, lineaire interpolatie, radiuscorrectie en nulpuntsverschuiving.
  • Gaten bewerken m.b.v. nulpuntsverschuiving, absolute en incrementele maatvoering en oproep van een onderprogramma of en programmadeelherhaling.
  • Gaten bewerken m.b.v. spiegelen en oproep van onderprogramma of programmadeelherhaling.
  • Contouren frezen m.b.v. spiegelen, oproep van onderprogramma, nulpuntsverschuiving, radiuscorrectie, absolute en ncrementele maatvoering.
  • Onderstaande handelingen uitvoeren volgens gestelde kwaliteitseisen.
  • Omtrekfrezen, hoeken afronden, centeren, boren, tappen, ruimen en graveren.
  • Omtrekfrezen m.b.v. cirkelinterpolatie, lineaire interpolatie, radiuscorrectie, tangentiale in- en uitloop, nulpuntsverschuiving en graveren m.b.v. schaalfactor.
  • Omtrekfrezen m.b.v. radiuscorrectie, tangentiale in-en uitloop, afschuiningen en/of afrondingen, graveren.
  • Meerzijdige bewerkingen van omtrekfrezen m.b.v. radiuscorrectie, tangentiale in- en uitloop, ronde kamer frezen, boren en tapcyclus, incl. kotteren uitvoeren.
  • Meerzijdige bewerkingen van omtrekfrezen, ronde kamer frezen en toepassing verdraaiing
    coördinatenstelsel uitvoeren.
  • Kamers frezen m.b.v. onderprogramma's.
  • Gebruik maken van opspangereedschap.

Theorie

  • a.d.h.v. Een opdracht de werkvoorbereiding opstellen.
  • Een CNC-programma opstellen.
  • Het programma simuleren m.b.v. simulatie- software.
  • Een programma aan de computer corrigeren/optimaliseren.
  • De benodigde gereedschappen kenschetsen.
  • Verschillende programmeermethoden omschrijven o.a. het externhandprogrammeren in de machinecode of het extern programmeren m.b.v. een extern programmeersysteem.
  • Programmeren aan de machine m.b.v. menu's of in dialoog met de besturing.
  • De functies en procedures benodigd voor het programmeren uiteenzetten.
  • De geschikte werkvolgorde en -methoden uiteenzetten.
  • De mogelijke bewegingen omschrijven.
  • De technologische gegevens verklaren.
  • De benamingen voor assen en hun bewegingsrichtingen omschrijven.
  • De vrijheidsgraden van een werkstuk uiteenzetten.
  • Het opleggen, aanleggen en positioneren uiteenzetten voor:
    -rechthoekig werkstuk
    -cilindrisch werkstuk
    -bolvormig werkstuk
  • De 3-2-1 regel voor het positioneren uitwerken.
  • De opspanprincipes uiteenzetten.
  • De factoren die van invloed zijn bij de keuze van het spanmiddel uiteenzetten.
  • De informatie op de tekening voor de spanmethode in relatie tot bewerkingsinvloeden en
    wrijvingsweerstand onderscheiden.
  • De verschillende soorten meetsystemen verklaren, m.b.t.:
    -de meetplaats
    -de meetmethode
    -het soort meetsignaal
    -de uitvoeringsvorm
  • Factoren verklaren, die de nauwkeurigheid van een product beïnvloeden, zoals:
    -oorzaken van fouten
    -maakonzekerheid
    -bewerkingsonzekerheid
    -positioneeronzekerheid
  • Het doel en toepassing van informatie en informatie-overdracht omschrijven.
  • Het doel en toepassing van informatiedragers respectievelijk apparatuur verklaren, zoals:
    -ponsband
    -magneetband
    -magnetische schijven
    -printer
    -beeldschermen
    -plotter
    -machine-geheugen
  • De afkortingen op beeldscherm en bedieningspaneel beschrijven, m.b.t.:
    -betekenis symbolen
    -het bedienen van een CNC-machine
    -bedieningsstructuur
  • De bediening van verschillende typen besturingen omschrijven en vergelijken.
  • Verklaren wanneer onderprogramma's moeten worden toegepast.
  • Verklaren wanneer parameterprogrammering wordt toegepast, a.d.h.v. voorbeelden.
  • Opspanmethoden omschrijven.
  • De archivering van werkstukinformatie omschrijven, m.b.t.:
    -programmering
    -opspanmethode
    -gereedschapskeuze
    -bewerkingsmethode
    -meet/controlemethode
  • De taken van programmeur en CNC- vakman kenschetsen.
  • CNC-begrippen omschrijven.
  • De organisatie bij het vervaardigen van CNC-programma omschrijven, m.b.t.: -de werkplaatsorganisatie bij CNC-fabricagede selectie van werkstukken voor CNC-fabricage. -de gereedschapsorganisatie bij CNC-fabricage. -de spanmiddelenorganisatie bij CNC-fabricage. -de personeelsaspecten bij CNC-fabricage.
  • Engelse woorden, afkortingen en begrippen uit de CNC-vaktaal begrijpen.


Vooropleiding

Kennis van en ervaring met het lezen van tekeningen, snij- en verspanende gereedschappen, verspanende materialen, snijcondities en de toepassing hiervan. De cursus `CNC-frezen niveau 1' van het ROC is gewenst.

Aantal deelnemers

Maximaal 10 personen per groep.

Cursusduur

Ongeveer 70 dagdelen van 3 lesuren, waarvan 45 uur theorie.

Afsluiting

U kunt meedoen aan eindtoetsen voor praktijk en theorie. Bij de praktijktoets maakt u zelfstandig een produkt aan de hand van een werktekening. Hierbij werkt u binnen een bepaalde tijd en volgens de gestelde kwaliteitseisen en voorschriften. De theorietoets bestaat uit het schrijven van een NC-programma. Bij voldoende resultaat voor beide toetsen ontvangt u het certificaat 'Programmeren/verspanen CNC-vlak' van Kenteq of het ROC.

Subsidie mogelijkheden

Er zijn verschillende mogelijkheden om gebruik te kunnen maken van subsidie of fiscale voordelen.

  • Let op! Over werknemers die onder de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) vallen is een speciale brochure verkrijgbaar bij de informatielijn leerlingwezen: (079) 323 46 84.
    Naast het telefoonnummer heeft de belastingdienst ook een internet-site waar deze informatie te vinden is Belastingdienst leerlingwezen Bij deze BBL cursus is het mogelijk gebruik te maken van de fiscale afdracht. Voor meer informatie zie Afdrachtsvermindering voor bedrijven
  • Voor de bedrijven die aangesloten zijn bij de kleinmetaal (OOM) kunnen daar een subsidie aanvragen.
    Voor meer informatie kunt u terecht op internet-site van de OOM of telefoonnummer 0172521500